ECLI:NL:RVS:2015:2106
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister paspoortaanvraag wegens onjuiste beoordeling Nederlanderschap
Appellant diende een aanvraag in voor een nationaal paspoort die door de minister niet in behandeling werd genomen vanwege twijfel over zijn Nederlanderschap. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister bij de beslissing op de paspoortaanvraag had moeten vaststellen of appellant het Nederlanderschap bezit en dat de rechtbank dit niet had onderkend. De minister baseerde zijn besluit op het ontbreken van een onherroepelijke rechterlijke beslissing of een door een bevoegde instantie opgemaakte akte die het vaderschap en daarmee het Nederlanderschap van appellant bevestigt.
Appellant stelde dat de erkenning volgens Ghanees gewoonterecht had plaatsgevonden, maar kon dit niet met voldoende bewijs staven. De Afdeling bevestigde dat de minister terecht het beroep ongegrond verklaarde voor het besluit van 4 februari 2015, maar vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 oktober 2011 gegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 14 oktober 2011 is gegrond, het beroep tegen het besluit van 4 februari 2015 ongegrond.