ECLI:NL:RVS:2015:2105
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwangkosten wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had op 9 juli 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het onrechtmatig aanbieden van huishoudelijk afval, waarbij een deel van de kosten (€126,00) aan appellant werd toegerekend. Appellant betwistte dat hij de overtreding had begaan en stelde dat de aangetroffen huisvuilzak afkomstig was uit het portiek van zijn appartementencomplex.
Het college baseerde zijn besluit op het feit dat in de vuilniszak een poststuk met het adres van appellant was gevonden, wat volgens het college voldoende bewijs was dat appellant de overtreding had begaan. Het college ging echter niet inhoudelijk in op de door appellant aangevoerde omstandigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit van 21 januari 2015. Tevens werd het griffierecht van appellant vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard, terwijl het betoog over de termijnoverschrijding van het bezwaar werd verworpen.
Uitkomst: Het besluit van het college van B&W Den Haag om bestuursdwangkosten aan appellant toe te rekenen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.