ECLI:NL:RVS:2015:2101
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verstrekking van documenten over strafbeschikking en toepassing Wob en Wpg
De zaak betreft een verzoek van appellant om documenten te ontvangen die betrekking hebben op een aan hem opgelegde strafbeschikking, waaronder de initiële aktes van aanstelling en eed van verbalisanten. De korpschef verstrekte enkele documenten, maar weigerde de initiële aktes te verstrekken met het argument dat deze onder de Wet politiegegevens (Wpg) vallen en niet verstrekt mogen worden zolang er verzet is aangetekend.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de korpschef als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden gezien en verklaarde het bezwaar gegrond, maar stelde vervolgens dat de initiële aktes onder de Wpg vallen en dus niet verstrekt hoeven te worden. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte de Wpg toepaste op documenten die ook onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vallen.
De Raad van State oordeelt dat de initiële aktes van aanstelling en eed geen politiegegevens zijn in de zin van de Wpg en daarom onder de Wob vallen. De rechtbank heeft dit niet goed beoordeeld. Wel oordeelt de Raad dat de korpschef terecht heeft volstaan met het verstrekken van de geldende aktes van aanstelling. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het bezwaar alsnog ongegrond werd verklaard, en de korpschef moet opnieuw beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast bepaalt de Raad dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk is en veroordeelt de korpschef tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het bezwaar alsnog ongegrond werd verklaard; de korpschef moet opnieuw beslissen.