ECLI:NL:RVS:2015:2081
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing en vergunningverlening voor het bestemmingsplan Geertjesgolf en Voorhaven met milieukundige aspecten
Bij besluit van 24 september 2013 stelde de raad van de gemeente Beuningen het bestemmingsplan Geertjesgolf en Voorhaven vast, gevolgd door besluiten van de gemeente Druten, het college van gedeputeerde staten Gelderland en andere bestuursorganen voor vergunningen en omgevingsvergunningen. Diverse appellanten, waaronder een inwoner, een vereniging en een stichting, stelden beroep in tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen en toetste onder meer de ontvankelijkheid van het beroep, de beleidsvrijheid van de raad, de noodzaak en alternatieven voor zandwinning, en de milieueffecten.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van appellant sub 1 tegen de Nbw-vergunning niet ontvankelijk was wegens het ontbreken van een zienswijze. De vereniging Werkgroep Geertjesgolf werd niet als belanghebbende erkend. De beleidsvrijheid van de raad werd bevestigd, waarbij het plan niet in strijd werd geacht met eerdere besluiten of provinciaal beleid. De noodzaak van de winning van 25 miljoen ton industriezand werd onderbouwd met rapporten en deskundigenberichten. Milieukundige aspecten zoals Natura 2000, Ecologische Hoofdstructuur, geluid, luchtkwaliteit, waterbeheer, flora en fauna, en bodemkwaliteit werden uitgebreid beoordeeld, waarbij enkele gebreken in het geluidonderzoek werden vastgesteld.
De omgevingsvergunning voor de inrichting werd deels toegewezen, maar de Afdeling oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders ten onrechte een omgevingsvergunning verleende voor het perceel van appellant sub 1, omdat daar reeds een revisievergunning voor een andere inrichting van kracht was. De Afdeling behandelde ook de aspecten geluid, laagfrequent geluid, luchtkwaliteit en hinder, waarbij zij enkele punten van onvoldoende motivering en onderzoek constateerde, maar over het algemeen de vergunningverlening rechtvaardigde. De financiële uitvoerbaarheid en de belangen van appellant sub 1 werden eveneens besproken, waarbij werd geoordeeld dat de raad in redelijkheid tot zijn besluiten kon komen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen zijn grotendeels in stand gelaten, met gedeeltelijke vernietiging wegens gebreken in het geluidonderzoek en vergunningverlening op een perceel met dubbele vergunning.