ECLI:NL:RVS:2015:208
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door transportbedrijf
De minister legde op 26 november 2013 een boete van €32.000 op aan een transportbedrijf wegens vier overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd na bezwaar en beroep door de rechtbank Limburg gehandhaafd. Het transportbedrijf stelde in hoger beroep dat de minister niet had bewezen dat de vreemdelingen daadwerkelijk in Nederland arbeid hadden verricht en dat de uitzondering van het Besluit uitvoering Wav van toepassing was.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd, waaronder rittenstaten, getuigenverklaringen en het boeterapport, waaruit bleek dat de vreemdelingen in vrachtwagens van het bedrijf in Nederland reden en daar hun hoofdverblijf hadden. De vermeende arbeidsovereenkomst met een zusteronderneming in Bulgarije deed hieraan niet af, omdat het centrum van de bedrijfsvoering en aansturing in Nederland was.
Verder wees de Raad het verzoek tot matiging van de boete af. Het bedrijf had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij inspanningen had verricht om overtredingen te voorkomen of dat zij financieel onevenredig door de boete werd getroffen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €32.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.