ECLI:NL:RVS:2015:2042
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake initiële akte van beëdiging en proces-verbaal
De appellant heeft een Wob-verzoek ingediend voor documenten met betrekking tot een aan hem opgelegde verkeersboete, waaronder de initiële akte van beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar en het bijbehorende proces-verbaal. Het college verstrekte enkele documenten, maar weigerde de initiële akte en het proces-verbaal, omdat deze bij verlenging van de beëdiging vernietigd zouden zijn en niet meer bij het college berusten.
De rechtbank oordeelde dat deze documenten niet bij het college hadden behoren te berusten, mede op basis van artikel 43 van Pro het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, dat bepaalt dat de minister de registratie en bewaring van deze stukken verzorgt. De appellant stelde dat het college de documenten alsnog had moeten achterhalen en dat het verzoek had moeten worden doorverwezen naar het bestuursorgaan dat de documenten wel bezit.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Er is geen wettelijke bewaarplicht voor het college voor deze documenten en het college heeft geen verplichting om de stukken alsnog te achterhalen. Ook is het verzoek correct doorverwezen naar de minister, die de stukken beheert. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.