ECLI:NL:RVS:2015:2018
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omzettingsvergunning woonruimte wegens leefbaarheidsbelang
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees een aanvraag af voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte op een adres in Utrecht, omdat verlening zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu in de wijk Overvecht. De aanvrager, die de vergunning nodig had vanwege arbeidsongeschiktheid en financiële belangen, stelde dat het college zijn belang onvoldoende had meegewogen en dat er nauwelijks klachten waren over overlast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de aanvrager ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college terecht het belang van de leefbaarheid zwaarder heeft gewogen dan het belang van de aanvrager. De leefbaarheidstoets geldt ook voor ouder-kindsituaties en het college baseerde zich op adviezen van de omzettingscommissie, wijkagent en wijkaanpak.
De Afdeling stelde vast dat het lage leefbaarheidscijfer van de subwijk, de kenmerken van onzelfstandige woonruimte zoals tijdelijke bewoning en geringe sociale binding, en het investeringsprogramma in de wijk een redelijke grond vormen om de vergunning te weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omzettingsvergunning vanwege ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu.