ECLI:NL:RVS:2015:2015
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bezwaren staatssecretaris tegen grensoverschrijdend transport afgewerkte olie naar België
De zaak betreft een verzoek van Oliehandel Koeweit B.V. om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, die op grond van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder k, van Verordening 1013/2006 (EVOA) bezwaar maakte tegen het geplande transport van afgewerkte olie naar Waste Oil Services (WOS) in België.
De staatssecretaris baseerde zijn bezwaar op het feit dat de behandeling van de afgewerkte olie bij WOS niet overeenkomt met het in het Nederlandse sectorplan voorgeschreven regenereren tot basisolie. De voorzieningenrechter oordeelt dat de staatssecretaris de bezwaren ten onrechte heeft gegrond op artikel 12, lid 1, onder k, EVOA, omdat deze bepaling ziet op behandeling in overeenstemming met het afvalbeheersplan van het ontvangende land, en er geen aanwijzing is dat de behandeling in België niet conform dat landelijk plan is.
Verder is het bezwaar dat de geplande nuttige toepassing niet strookt met Nederlandse milieuwetgeving niet ontvankelijk, omdat deze wetgeving niet geldt in België en het hier gaat om handelingen buiten Nederland. Er zijn geen zwaarwegende milieu- of andere belangen gebleken die de overbrenging rechtvaardigen tegen te houden.
Daarom wordt het besluit van de staatssecretaris geschorst en wordt hij veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van Oliehandel Koeweit.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat bezwaar maakte tegen het transport van afgewerkte olie naar België wordt geschorst.