ECLI:NL:RVS:2015:2010

Raad van State

Datum uitspraak
15 juni 2015
Publicatiedatum
24 juni 2015
Zaaknummer
201504101/2/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • J.C. Kranenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan evenementen in Son en Breugel

In deze zaak hebben verzoekers A en B, beiden wonend in Son, gemeente Son en Breugel, een verzoek ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Son en Breugel van 26 maart 2015, waarbij het bestemmingsplan "Evenementen; Evenemententerrein-1" is vastgesteld. Verzoekers beogen met hun verzoek een voorlopige voorziening te treffen om onaanvaardbare geluids-, verkeers- en parkeeroverlast te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft op 15 juni 2015 een mondelinge uitspraak gedaan, waarin hij het besluit van de raad voor een deel heeft geschorst. Dit houdt in dat evenementen op het Kerkplein voorlopig niet zijn toegestaan. De voorzieningenrechter heeft ook voorwaarden gesteld aan de kermis, zoals het aantal op- en afbouwdagen en het verbod op muziek tijdens deze activiteiten. Daarnaast is de raad van de gemeente Son en Breugel veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekers. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat er onvoldoende is aangetoond dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat er mogelijk onaanvaardbare hinder voor de bewoners kan ontstaan. De voorlopige voorziening blijft van kracht totdat de Afdeling uitspraak doet in de bodemprocedure.

Uitspraak

201504101/2/R3.
Datum uitspraak: 15 juni 2015 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te Son, gemeente Son en Breugel,
verzoekers, en de raad van de gemeente Son en Breugel,
verweerder. Openbare zitting gehouden op 15 juni 2015 om 13:30 uur. Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.C. Kranenburg voorzieningenrechter griffier: mr. M. Vletter Verschenen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], bijgestaan door mr. E.A.W. Driest, advocaat te Leiden, en de raad, vertegenwoordigd door drs. O.G. Schook en D.G.M.W. Hulsen, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. A.R. Klijn, advocaat te Amsterdam. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 26 maart 2015, waarbij het bestemmingsplan "Evenementen; Evenemententerrein-1" is vastgesteld. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Zij beogen hiermee onaanvaardbare geluids-, verkeers- en parkeeroverlast te voorkomen. De voorzieningenrechter
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Son en Breugel van 26 maart 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Evenementen; Evenemententerrein-1" voor zover daarbij evenementen op het Kerkplein zijn toegestaan; II. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat:
- artikel 21A, lid 21A.1.1, aanhef en onder d, van de planregels voor zover deze bepaling is geschorst, in werking treedt;
- ten behoeve van de kermis maximaal 2 op- en afbouwdagen zijn toegestaan, waarbij de op- en afbouwactiviteiten uitsluitend in de dagperiode mogen plaatsvinden en geen sprake mag zijn van onversterkte of versterkte muziek; III. bepaalt dat de onder II. getroffen voorlopige voorziening vervalt zodra de Afdeling uitspraak in de bodemprocedure heeft gedaan; IV. veroordeelt de raad van de gemeente Son en Breugel tot vergoeding van bij [verzoeker A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander; V. gelast dat de raad van de gemeente Son en Breugel aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander. Daartoe overweegt hij het volgende. In de uitspraak van de Afdeling van 26 november 2014 in zaak nr. 201400839/1/R3 heeft zij het bestemmingsplan "Evenementen", dat eveneens voorzag in een planologische regeling voor evenementen ter plaatse van het thans voorliggende plangebied, vernietigd. Daartoe heeft de Afdeling onder meer overwogen dat de raad niet heeft gemotiveerd dat rekening is gehouden met het totale aantal ingevolge dat plan toegestane evenementen ter plaatse van de gebiedsaanduiding "evenemententerrein - 1". De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling evenmin gemotiveerd dat het plan op dit punt in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dat ter plaatse van de woning van [verzoeker A] en [verzoeker B] een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd, tevens rekening houdend met eventuele cumulatie met hinder van niet in dit plan geregelde activiteiten, heeft de raad niet onderzocht. In het bestreden besluit is het totale aantal toegestane evenementen gewijzigd ten opzichte van voormeld vernietigd bestemmingsplan en zijn beperkende voorwaarden voor het houden van evenementen opgenomen. Tussen partijen is onder meer in geschil of de maximaal toegestane geluidsbelasting naleefbaar is en of het plan zal leiden tot een onaanvaardbare parkeer- en verkeersoverlast. De beoordeling hiervan vergt in dit geval, mede aan de hand van de door partijen overgelegde onderzoeken, nader onderzoek waarvoor deze procedure zich niet leent. Voorts acht de voorzieningenrechter het niet uitgesloten dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het totale aantal toegestane evenementen in samenhang met de toegestane geluidsbelasting en begin- en eindtijden buiten de grenzen valt van hetgeen uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nog toelaatbaar kan worden geacht. Gelet op het voorgaande en de bij de kermis betrokken belangen heeft de voorzieningenrechter vooruitlopend op de beoordeling in de hoofdzaak een voorlopige voorziening getroffen die ertoe strekt dat, onder voorwaarden, de jaarlijkse kermis in 2015 doorgang kan vinden. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding het verzoek tot het opleggen van een dwangsom toe te wijzen. w.g. Kranenburg w.g. Vletter
voorzieningenrechter griffier 653.