ECLI:NL:RVS:2015:2000
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sloop en gebruiksverbod gebouw in bestemmingsplan
Het hoger beroep betreft een voorlopige voorziening tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2015, waarin werd bepaald dat verzoekers het gebouw op hun perceel vóór 8 juni 2015 moesten slopen en het gebruik als (recreatie)woning moesten staken.
Verzoekers stelden dat het gebouw een bijgebouw is waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is en dat het niet in strijd is met het bestemmingsplan. Zij betoogden dat het gebouw momenteel ongeschikt is voor bewoning en dat sloop onredelijk en kapitaalvernietigend is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er twijfel bestaat over de kwalificatie van het gebouw en het toegestane gebruik binnen het bestemmingsplan, wat nader onderzoek in de bodemprocedure vereist. Het belang van verzoekers om het gebouw voorlopig te behouden weegt zwaarder dan het belang van het college bij handhaving.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank geschorst tot één dag na de bodemuitspraak, onder de voorwaarde dat het gebouw niet bewoonbaar wordt gemaakt en niet bewoond zal worden. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst tot één dag na de bodemuitspraak onder de voorwaarde dat het gebouw niet bewoonbaar wordt gemaakt.