ECLI:NL:RVS:2015:1991
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Oplegging gedoogplicht voor werkstroken bij dijkverlegging Cortenoever en Voorsterklei
Het college heeft op 2 december 2014 een gedoogplicht opgelegd aan appellant voor het gebruik van circa 4,69% van zijn gronden voor werkstroken in het kader van het project 'Dijkverlegging Cortenoever en Voorsterklei'. Appellant stelde dat het besluit uitgewerkt was omdat werkzaamheden reeds vijf weken hadden plaatsgevonden, dat zijn belangen onteigening vorderden vanwege de omvang en aard van het gebruik, en dat het college onvoldoende minnelijke overeenstemming had gezocht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit niet was uitgewerkt omdat de werkzaamheden in drie clusters worden uitgevoerd en het gebruik van de gronden als gering kan worden beschouwd. Het college had terecht het totale eigendom van appellant betrokken bij de beoordeling en de belangen van appellant wogen niet op tegen het algemeen belang van waterveiligheid. Ook was het opleggen van de gedoogplicht prematuur voor sloopwerkzaamheden, maar dit stond niet aan het besluit in de weg.
Verder was het college voldoende in overleg getreden met appellant en was er een beleidsregel voor schadevergoeding beschikbaar. Ten aanzien van het verwijderen van houtopstanden was er een publiekrechtelijke grondslag via de verleende omgevingsvergunning en de Waterwet. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van de gedoogplicht is ongegrond verklaard.