ECLI:NL:RVS:2015:1935
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid spoedeisende bestuursdwang bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 7 augustus 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) was geplaatst, in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De huisvuilzak kon worden herleid tot appellante via een wikkel met haar naam- en adresgegevens. Het college legde een deel van de kosten van bestuursdwang (€ 126,00) bij appellante neer.
Appellante betoogde dat zij de zak niet naast de ORAC had geplaatst maar in de klep van de ORAC had achtergelaten omdat deze vol was, en dat mogelijk een ander de zak had verplaatst. Zij stelde zich in te zetten voor een schone buurt en voerde aan dat de spoedeisendheid niet voortvloeide uit de verkeerd aangeboden zak maar uit de volle container.
De Raad van State overwoog dat degene tot wie afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij het voorschrift niet heeft geschonden. Het achterlaten van de zak in de klep van de ORAC betekent dat appellante het risico heeft genomen dat de zak door een ander werd verplaatst, hetgeen aan haar kan worden toegerekend. De inzet van appellante voor de buurt doet hier niet aan af. De spoedeisendheid van het verwijderen van de zak is terecht aangenomen, los van de volle container.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang en het kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.