ECLI:NL:RVS:2015:1932
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag remigratievoorzieningen wegens niet voldoen aan verblijfsduur
Bij besluit van 21 november 2013 wees de Raad van Bestuur de aanvraag van appellant om voorzieningen krachtens de Remigratiewet af vanwege het niet voldoen aan de voorwaarde van ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland gedurende ten minste drie jaren voorafgaand aan de aanvraag.
Appellant verbleef tussen 1 juli 2010 en 1 december 2011 in Turkije, waardoor zij niet voldeed aan deze voorwaarde. Zij voerde aan dat zij voorafgaand aan haar vertrek informatie had ingewonnen bij een maatschappelijk werker die haar vertelde dat een verblijf in het buitenland van maximaal een jaar geen gevolgen zou hebben voor haar aanvraag, en dat zij naar Turkije wilde remigreren om voor haar zieke moeder te zorgen.
De Afdeling oordeelde dat deze informatie niet van het bevoegde bestuursorgaan afkomstig was en dat appellant had moeten nagaan of deze juist was. Hierdoor was er geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel. Omdat er geen hardheidsclausule bestaat en appellant niet aan de verblijfsduurvoorwaarde voldeed, was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag remigratievoorzieningen bevestigd.