ECLI:NL:RVS:2015:1926
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten na onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens actieve medewerking aan terugkeer
De vreemdeling werd op 20 april 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld, waarna de rechtbank Den Haag op 30 april 2015 het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De rechtbank had geoordeeld dat de maatregel gerechtvaardigd was vanwege het gedrag van de vreemdeling, waaronder het niet verschijnen bij afspraken met de Dienst Terugkeer en Vertrek en het verbreken van contact met de stichting Bridge to Better (BtB). De vreemdeling betwistte dit en stelde dat hij actief werkte aan vrijwillige terugkeer via BtB en de Internationale Organisatie voor Migratie, en dat het contact met BtB niet was verbroken.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling zich voorafgaand aan de inbewaringstelling actief inzette voor terugkeer, dat het contact met BtB niet volledig was verbroken en dat zijn voorkeur voor terugkeer via Rwanda niet als belemmering mocht worden gezien. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat geen lichter middel dan bewaring volstond. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, hief de vrijheidsontnemende maatregel op en kende de vreemdeling een vergoeding toe.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.