ECLI:NL:RVS:2015:1925
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feiten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 15 april 2015 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat toetsing van een besluit van gelijke strekking aan eerdere afwijzingen slechts mogelijk is indien nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd. De vreemdeling had een nationaliteitsverklaring van de Somalische ambassade overgelegd, maar dit document toonde slechts de nationaliteit aan en niet het verblijf in Somalië, hetgeen relevant is voor de asielprocedure.
Omdat deze verklaring geen nieuw relevant feit vormt, is toetsing van het besluit niet mogelijk. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het afwijzingsbesluit van 15 april 2015 blijft in stand.