ECLI:NL:RVS:2015:1920
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en toewijzing proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 augustus 2014 werd afgewezen. Vervolgens werd een terugkeerbesluit genomen op 10 november 2014, waarbij de vreemdeling werd opgedragen Nederland en de EU te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat het terugkeerbesluit onterecht was genomen, omdat zij in het bezit was van een geldige verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd tot 1 januari 2017. De staatssecretaris gaf ter zitting toe dat het terugkeerbesluit onjuist was. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank had moeten oordelen dat het beroep tegen het terugkeerbesluit gegrond was en het besluit had moeten vernietigen.
De Raad van State vernietigde daarom het terugkeerbesluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De vreemdeling kreeg een vergoeding van €1.470 voor rechtsbijstand en €413 aan griffierecht toegewezen.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.