ECLI:NL:RVS:2015:1919
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 19 juni 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris nader onderzoek had moeten verrichten naar de verklaringen van de vreemdeling op basis van het iMMO-rapport. De staatssecretaris had reeds rekening gehouden met de psychische beperkingen van de vreemdeling tijdens het horen, conform het advies van MediFirst.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling geen reisdocumenten had overgelegd en dat het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig was, mede omdat de hoofdlijnen niet werden bevestigd door beschikbare informatie over de situatie in Uganda.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.