ECLI:NL:RVS:2015:1916
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Oeigoer wegens reëel risico bij terugkeer naar China
De vreemdeling, een Oeigoer, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 6 maart 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling behandelde het hoger beroep op 16 maart 2015 en oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer naar China een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Dit oordeel was gebaseerd op recente ambtsberichten en rapporten van Amnesty International en Vluchtelingenwerk Nederland, die een verscherpte aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren sinds 2012 aantonen.
De staatssecretaris kon niet deugdelijk motiveren dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij risico loopt bij terugkeer, mede omdat hij geen concrete informatie kon geven over de situatie van Oeigoeren die vanuit Nederland vrijwillig terugkeerden. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd de vreemdeling alsnog in het gelijk gesteld en krijgt zij de verblijfsvergunning asiel toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.