ECLI:NL:RVS:2015:1891
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding twv-plicht voor Roemeense werknemers
De minister legde [appellante] een boete van €128.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Roemeense werknemers zonder tewerkstellingsvergunning (twv), wat in strijd is met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Het bezwaar en het beroep van [appellante] werden ongegrond verklaard door de minister en rechtbank, waarna hoger beroep volgde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de kennisgeving van Nederland aan de Europese Commissie over de tijdelijke opschorting van het vrij verkeer van werknemers uit Roemenië rechtsgeldig was en dat deze opschorting niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt. De minister had de twv-plicht voor Roemeense werknemers op de juiste wijze bekendgemaakt via Staatsblad, Staatscourant en voorlichtingscampagnes.
Verder werd vastgesteld dat de vreemdelingen daadwerkelijk arbeid verrichtten aan boord van het schip, zoals blijkt uit het boeterapport, bemanningslijsten, verklaringen van betrokkenen en arbeidscontracten. De stelling van [appellante] dat zij niet wist van de twv-plicht en dat de boete daarom onterecht is, werd verworpen. Onbekendheid met de wetgeving ontslaat niet van verantwoordelijkheid, zeker niet gezien de informatievoorziening.
De Raad van State liet het verweerschrift van de minister buiten beschouwing vanwege te late indiening, maar dit deed niet af aan de rechtmatigheid van de boete. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €128.000 wordt bevestigd.