ECLI:NL:RVS:2015:1890
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering betaling zaakwaarneming
Ingenieursbureau Anmar B.V. heeft de minister verzocht om vergoeding van kosten die zij maakte in verband met zaakwaarneming, waarbij zij werkzaamheden verrichtte die leidden tot wetswijzigingen ter verbetering van de elektriciteits- en gasmarkt. De minister weigerde dit verzoek en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van afwijzing geen publiekrechtelijk besluit betrof.
De rechtbank oordeelde dat de weigering een privaatrechtelijke handeling is en verklaarde het beroep ongegrond. Anmar stelde dat de zaakwaarneming ten dienste stond van het openbaar belang en dat daarom publiekrechtelijke regels van toepassing moesten zijn, maar dit werd door de rechtbank en de Raad van State verworpen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de brief van de minister geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, waardoor bezwaar en beroep niet mogelijk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.