ECLI:NL:RVS:2015:1875
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor illegale legkippen en niet-conforme stallen
Appellant exploiteert een pluimveehouderij te Lage Mierde en hield zonder vergunning legkippen in stal 1, terwijl stallen 2 en 3 niet waren uitgevoerd conform de vereiste systeembeschrijving. Het college legde daarom op 13 december 2012 twee lasten onder dwangsom op. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten, maar deze werden door het college en de rechtbank ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat het college niet tot handhaving had mogen overgaan zolang zijn aanvraag voor een nieuwe omgevingsvergunning in behandeling was en dat het college deze vergunning had moeten verlenen. De Raad van State oordeelde dat de aanvraag betrekking had op een andere bedrijfssituatie en niet op de bestaande overtredingen, zodat geen concreet zicht op legalisatie bestond. Ook was er geen bijzondere omstandigheid die handhavend optreden onevenredig maakte.
Daarnaast betwistte appellant de invordering van de dwangsommen, stellende dat de last onrechtmatig was. De Raad van State verwierp dit betoog omdat de last rechtmatig was opgelegd en appellant geen nieuwe gronden aanvoerde. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 juni 2015 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.