ECLI:NL:RVS:2015:1856
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Dorpskernen III voor paardenhouderij en garageaanduiding
De raad van de gemeente Medemblik stelde op 4 juli 2013 het bestemmingsplan 'Dorpskernen III' vast, waarin onder meer een perceel werd bestemd voor wonen met een aanduiding voor een paardenschuilstal. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het plan in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat het plan geen planregel bevatte voor de paardenschuilstal en het plan niet overeenkwam met het vaststellingsbesluit. De raad stelde het plan op 11 december 2014 gewijzigd vast, waarbij nieuwe aanduidingen werden toegevoegd voor het hobbymatig houden van paarden en een paardenbak.
Tegen het gewijzigde besluit stelden appellanten opnieuw beroep in. De Afdeling oordeelde dat de raad de procedure correct had gevolgd en dat het houden van maximaal twee paarden op het perceel ruimtelijk aanvaardbaar is, mede op basis van een geuronderzoek dat geen overschrijding van de geurbelastingnormen aantoonde. Wel werd geoordeeld dat de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - houden van paarden' ten onrechte was toegekend aan de gronden met een aanwezige garage, hetgeen niet door de raad was beoogd en niet zorgvuldig was voorbereid.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit voor zover deze aanduiding de garagegrond betrof en droeg de raad op dit binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten. Het beroep van appellanten tegen het oorspronkelijke besluit werd gegrond verklaard en dat tegen het gewijzigde besluit deels gegrond.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is deels vernietigd vanwege strijd met artikel 3:2 Awb en onvoldoende zorgvuldigheid bij aanduiding paardenhouderij en garagegrond.