ECLI:NL:RVS:2015:1828
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 4 september 2014 schriftelijk bevestigd dat zij op 29 augustus 2014 spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast tegen appellant wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijk afval. Een deel van de kosten (€126,00) werd aan appellant toegerekend.
Appellant maakte bezwaar tegen deze kostenverdeling, stellende dat hij dacht dat het die dag ophaaldag was omdat er ook andere huisvuilzakken op straat lagen. Daarnaast kon hij zijn afvalzak niet aan de andere zijde van de straat plaatsen vanwege verbouwing. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het onjuist aanbieden van afval in een gebied met verplichte ondergrondse containers voor appellant voor eigen risico komt. De omstandigheden van appellant rechtvaardigen niet dat het college afziet van het opleggen van de kosten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenoplegging van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.