ECLI:NL:RVS:2015:1825
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang en kostenverhaal bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 15 september 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door appellant. Het college stelde bij besluit van 19 september 2014 dat een deel van de kosten (€126) voor rekening van appellant komt. Appellant betwistte niet dat de huisvuilzak van haar afkomstig was, maar voerde aan dat deze op 14 september in de ondergrondse restafvalcontainer was geplaatst en dat het college niet kon bewijzen dat de zak naast de container was achtergelaten. Tevens stelde appellant dat de datum op de foto was gewijzigd en dat het aanwezige tuinafval niet van haar kon zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet hoefde te bewijzen dat het plaatsen van de huisvuilzak was waargenomen, maar dat het aannemelijk was dat appellant de overtreder was omdat het afval aan haar was te herleiden. Het rapport van de dienst Stadsbeheer en de bijgevoegde foto’s van 15 september 2014 ondersteunden het besluit. Het feit dat er tuinafval naast de zak lag, maakte niet aannemelijk dat appellant niet de overtreder was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van bestuursdwang en kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.