ECLI:NL:RVS:2015:182
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.G.C. Wiebenga
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen bestemmingsplan Landelijk Gebied II in gemeente Leidschendam-Voorburg
De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg stelde op 4 februari 2014 het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied II' vast. Appellant maakte bezwaar tegen de bestemming 'Bedrijf' op zijn perceel, omdat deze een bedrijfswoning mogelijk maakt in plaats van een burgerwoning, terwijl zijn moeder het deel voor bewoning gebruikt op basis van vruchtgebruik. Tevens stelde appellant dat de raad de richtafstanden uit de VNG-brochure onjuist toepaste door een te hoge milieucategorie toe te kennen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen en dat toetsing terughoudend is. Uit eerdere uitspraak van 17 juli 2013 bleek dat het gebruik van het perceel voor bewoning onder overgangsrecht viel, maar dat dit niet verplicht tot een burgerwoningbestemming. Appellant had de raad niet tijdig geïnformeerd over feitelijke wijzigingen in het gebruik, waardoor de raad mocht uitgaan van de bestaande situatie.
De Afdeling stelde vast dat het bedrijf op het perceel een opslag- en reparatiebedrijf voor aanhangwagens betreft, passend binnen milieucategorieën 2 en 3.1. De raad had in redelijkheid aangesloten bij de richtafstanden voor een rustige woonwijk en de afstand van 7 meter tussen woning en bedrijfsactiviteiten maakte een burgerwoning onwenselijk. De maatwerkbestemming 'specifieke vorm van bedrijf - 13' was passend bij de bedrijfsactiviteiten.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en de bestemming 'Bedrijf' met bedrijfswoning is gehandhaafd.