ECLI:NL:RVS:2015:1787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Bij besluiten van 2 april 2014 wees de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Nederland niet verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvragen op grond van artikel 10 en Pro 7 van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk was na het verstrijken van de reactietermijn op het overnameverzoek. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast werd geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 16 van Pro de Dublinverordening met betrekking tot de medische situatie van vreemdeling 1 en de gezinsbanden. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom artikel 17, dat de behandeling in Nederland mogelijk maakt bij bijzondere omstandigheden, niet werd toegepast ondanks de medische klachten en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Italië.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de besluiten van 2 april 2014 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige toepassing van de Dublinverordening en het meenemen van medische en gezinsomstandigheden bij asielaanvragen.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.