ECLI:NL:RVS:2015:1785
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan motivering lichter middel
De vreemdeling werd op 7 april 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij asiel had aangevraagd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof het ontbreken van een motivering in het oorspronkelijke besluit waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan.
De Raad van State overwoog dat volgens eerdere uitspraken van 10 april 2015 en 13 mei 2015 de staatssecretaris reeds in het bewaringbesluit zelf duidelijk moet maken waarom een lichter middel niet volstaat, ook voor asielzoekers. Dit is in het besluit van 7 april 2015 niet gebeurd; de motivering volgde pas op 17 april 2015, wat onvoldoende is.
Hierdoor was de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct wordt opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten aan hem toegekend.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en aan de vreemdeling wordt een vergoeding toegekend.