ECLI:NL:RVS:2015:1745
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en handhaving boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [appellante sub 2] een boete van €40.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vijf vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Zeeland-West-Brabant matigde de boete tot €20.000 vanwege omstandigheden zoals rechtmatig verblijf van de vreemdelingen, afdracht van belastingen en premies, en het feit dat het om studenten ging die arbeid van bijkomende aard verrichtten. De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete met 50% had gematigd, omdat de overschrijding van de toegestane arbeidsduur niet binnen de beleidsregels viel en de minister geen beoordelingsruimte had om het boetenormbedrag voor rechtspersonen te verlagen. Ook het beroep van [appellante sub 2] op het gelijkheidsbeginsel en disproportionele gevolgen werd verworpen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de boete van €40.000 gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De boete van €40.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.