ECLI:NL:RVS:2015:1738
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens niet behoren tot minderheidsgroep
Appellant heeft een aanvraag om voorzieningen krachtens de Remigratiewet ingediend, welke door de Raad van Bestuur is afgewezen omdat appellant niet behoort tot een aangewezen minderheidsgroep. De rechtbank heeft het beroep van appellant gegrond verklaard wegens het niet horen in de bezwaarfase, maar heeft de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep betoogt appellant dat het onderscheid in de Regeling op basis van geboorteplaats een ongeoorloofd onderscheid naar afkomst inhoudt. De Afdeling oordeelt dat het geboorteplaatsvereiste een onderscheid naar nationale afkomst betreft, maar dat dit onderscheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is in het licht van het doel van de Remigratiewet. De regeling beoogt personen met een speciale historische band met Nederland te ondersteunen bij remigratie, waarbij het geboorteplaatsvereiste een geschikt middel is om de doelgroep te beperken.
Verder is overwogen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven, omdat het besluit de rechterlijke toets kan doorstaan en appellant zijn standpunten heeft toegelicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.