ECLI:NL:RVS:2015:1734
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks identiteitsmisleiding
De minister legde op 17 januari 2012 een boete van €8.000 op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een Turkse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit deels en stelde de boete vast op €7.600, rekening houdend met termijnoverschrijding.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat het twv-vereiste een verboden beperking vormt volgens Europese verdragsbepalingen en dat de vreemdeling met een Nederlandse identiteitskaart aantoonde rechtmatig te zijn, waardoor verwijtbaarheid ontbrak. De Raad oordeelde dat illegaal verblijf het beroep op standstill-bepalingen uitsluit en dat het verschil in uiterlijke kenmerken op de identiteitskaart en de vreemdeling zodanig opvallend was dat nader onderzoek verplicht was.
De Raad concludeerde dat [appellante] haar zorgplicht niet nakwam en dat geen sprake was van volledige of verminderde verwijtbaarheid. De boete was proportioneel en in overeenstemming met beleidsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €7.600 wegens het laten werken van een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning ondanks misleiding met een identiteitskaart.