ECLI:NL:RVS:2015:1661
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor bewoning bijgebouw in strijd met beheersverordening
Appellant verzocht het college om het bijgebouw op zijn perceel als woning aan te merken, maar dit verzoek werd op 22 januari 2013 afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd eveneens ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het overgangsrecht van toepassing was, omdat het gebouw niet permanent werd bewoond op het moment van inwerkingtreding van de beheersverordening.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte stukken buiten beschouwing had gelaten en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning werd geweigerd. De rechtbank had echter terecht geoordeeld dat de stukken na het sluiten van het onderzoek waren ingediend en dat het college de weigering voldoende had gemotiveerd, onder meer door te verwijzen naar de Nota zienswijzen en stedenbouwkundige overwegingen.
De Raad van State bevestigt dat het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en dat appellant het beroep op het overgangsrecht niet aannemelijk heeft gemaakt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat geen toestemming voor vergelijkbaar gebruik op een ander perceel is verleend. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om de omgevingsvergunning voor bewoning van het bijgebouw te verlenen.