ECLI:NL:RVS:2015:1613
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 4 november 2013 de verblijfsvergunning van de vreemdeling ingetrokken en hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar en kreeg in eerste aanleg deels gelijk van de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt over de werkzaamheden van referente, een persoon die relevant was voor de aanvraag. De staatssecretaris stelde dat referente niet daadwerkelijk 40 uur per week werkte, wat werd onderbouwd met loonstroken, verklaringen van de werkgever, bankafschriften en een proces-verbaal.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de verklaringen niet tegenstrijdig waren en dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens bevestigde de Raad dat het uitgevaardigde inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat er geen aanleiding is tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden bevestigd.