ECLI:NL:RVS:2015:1612
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 september 2014 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep van de vreemdeling op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur had gehonoreerd. De Afdeling stelde vast dat het verzoek tot overname aan de Italiaanse autoriteiten terecht was gedaan, gelet op de gedetailleerde verklaringen van de vreemdeling en de omstandigheden van haar verblijf in Italië.
Verder faalden de bezwaren van de vreemdeling dat zij niet tijdig was geïnformeerd over het claimakkoord en dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld. De Afdeling verwees naar relevante jurisprudentie en de Dublinverordening en concludeerde dat de staatssecretaris niet verplicht was de vreemdeling voorafgaand aan het verzoek tot overname te informeren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.