ECLI:NL:RVS:2015:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en uitzetting Afghanistan
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de vreemdeling op 19 maart 2015 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling op 3 april 2015 gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op onvoldoende bewijs van reëel zicht op uitzetting naar Afghanistan binnen een redelijke termijn, mede vanwege een 'note verbale' van de Afghaanse autoriteiten die het Memorandum of Understanding (MoU) niet langer geldig verklaarde en enkele mislukte uitzettingen.
De staatssecretaris voerde aan dat er na het verzoek om consultaties meerdere succesvolle uitzettingen vanuit Nederland naar Afghanistan plaatsvonden, waaronder op 13, 17 en 30 maart 2015. De Raad van State oordeelde dat deze feiten voldoende zijn om te concluderen dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft van kracht.