ECLI:NL:RVS:2015:1547
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bestemming bedrijventerrein en weigering nieuwe bedrijfswoningen niet onredelijk
De raad van de gemeente Landerd stelde op 25 september 2014 een bestemmingsplan vast voor bedrijfspercelen in Zeeland, waaronder de percelen van appellanten. Appellanten stelden beroep in tegen het besluit omdat het plan geen nieuwe bedrijfswoningen toestaat en op het perceel van appellant sub 2 geen bedrijven in milieucategorie 1 meer toestaat. De Afdeling bestuursrechtspraak toetst terughoudend of het plan strekt tot een goede ruimtelijke ordening en of het besluit rechtmatig is genomen.
De raad motiveerde dat het bedrijventerrein primair is bedoeld voor bedrijfsactiviteiten en dat nieuwe bedrijfswoningen vanwege zuinig ruimtegebruik, mogelijke beperkingen voor bedrijfsactiviteiten en het woon- en leefklimaat niet wenselijk zijn. Bestaande legale bedrijfswoningen zijn wel opgenomen. Appellanten hadden geen concreet plan voor nieuwe bedrijfswoningen ingediend ten tijde van de planvaststelling. Ook het niet toestaan van milieucategorie 1 bedrijven op het perceel van appellant sub 2 werd ruimtelijk onderbouwd door de raad, die deze bedrijven passend acht in een gemengde woonomgeving, maar niet op bedrijventerreinen.
De Afdeling oordeelt dat de raad zich in redelijkheid op deze standpunten heeft kunnen stellen en dat de beroepen ongegrond zijn. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.