ECLI:NL:RVS:2015:1546
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 oktober 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde tegen de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was. De staatssecretaris klaagde terecht dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beroep van de vreemdeling op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur slaagde, omdat de staatssecretaris op basis van meer gedetailleerde verklaringen van de vreemdeling een claimverzoek aan de Italiaanse autoriteiten kon versturen.
Verder verwierp de Afdeling het beroep van de vreemdeling dat de situatie in Italië sinds juli 2014 zodanig was verslechterd dat overdracht aan Italië in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op recente arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit van 23 oktober 2014 ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.