ECLI:NL:RVS:2015:151
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gedoogplicht voor werkstroken bij dijkverleggingen
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe heeft aan verzoeker een gedoogplicht opgelegd op grond van artikel 5.24 van de Waterwet voor het aanleggen van werkstroken ten behoeve van het kappen van beplanting en bomen voor het project "Dijkverleggingen Cortenoever en Voorsterklei". Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het gedoogbesluit een maximale periode van acht weken betreft en dat de overige percelen en opstallen van verzoeker gedurende die periode bereikbaar blijven. Na afloop worden de gebruikte gronden in oorspronkelijke staat of conform het bestemmingsplan teruggegeven. Dit leidt tot het voorlopig oordeel dat de belangen van verzoeker geen onteigening vorderen.
Verzoeker stelde dat het gedoogbesluit onnodig en te vroeg is genomen en dat de onteigeningsprocedure nog niet was afgerond. De voorzieningenrechter oordeelde dat het gedoogbesluit gebaseerd is op een eerder verleende omgevingsvergunning en dat artikel 5.24 Waterwet niet vereist dat andere procedures zijn afgerond voordat een gedoogbesluit wordt genomen.
Verder is vastgesteld dat het college het evenredigheidsbeginsel heeft toegepast en dat er overleg is geweest over een vergoeding. Verzoeker kan bovendien een verzoek tot schadevergoeding indienen op grond van de beleidsregel Ruimte voor de Rivier. Gezien deze omstandigheden is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en veroordeelt verzoeker niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het gedoogbesluit wordt afgewezen.