ECLI:NL:RVS:2015:1504
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verstrekking politiegegevens en bezwaarprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de vraag of de verstrekking van politiegegevens aan een derde krachtens artikel 19 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De korpschef had politiegegevens verstrekt aan een belanghebbende, waarna appellante bezwaar maakte. De rechtbank oordeelde dat de brief van verstrekking geen besluit was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Appellante stelde dat de verstrekking wel een besluit is omdat het inbreuk maakt op haar persoonlijke levenssfeer en dat bezwaar en beroep mogelijk moeten zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat artikel 19 Wpg Pro de grondslag biedt voor besluiten als bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro, waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Daarnaast werd geoordeeld dat de rechtbank onjuist de lage wegingsfactoren toepaste bij de proceskostenvergoeding, maar dat het forfaitaire vergoedingenstelsel niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de korpschef, bepaalde dat tegen het nieuwe besluit beroep mogelijk is bij de Afdeling, stelde de verbeurde dwangsom en wettelijke rente vast en veroordeelde de korpschef tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de eerdere uitspraak en het besluit van de korpschef en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen met mogelijkheid tot beroep.