ECLI:NL:RVS:2015:149
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde op 15 november 2013 het rijbewijs van verzoeker ongeldig en legde hem de verplichting op deel te nemen aan een alcoholslotprogramma. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 24 april 2014 ongegrond werd verklaard door het CBR. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van verzoeker op 24 september 2014 gegrond, vernietigde het besluit van het CBR, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de geldigheid van zijn rijbewijs zou herstellen in afwachting van de bodemprocedure.
Tijdens de zitting op 8 januari 2015 werd vastgesteld dat verzoeker ten tijde van de besluiten werkloos was en afhankelijk van een bijstandsuitkering. Verzoeker stelde dat hij in aanmerking kwam voor een baan als chauffeur indien hij over zijn rijbewijs kon beschikken, waardoor hij niet langer afhankelijk zou zijn van een uitkering. De voorzieningenrechter vond echter dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een concreet werkaanbod had moeten afslaan vanwege het ontbreken van zijn rijbewijs. De overgelegde e-mailcorrespondentie betrof slechts voorwaarden voor deelname aan een reïntegratietraject zonder concreet aanbod. Ook was niet gebleken dat verzoeker zonder rijbewijs geheel geen baan zou kunnen vinden.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.B.M.J. van der Beek-Gillessen namens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 januari 2015.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot herstel van de geldigheid van het rijbewijs wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.