ECLI:NL:RVS:2015:1486
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoor en wederhoor bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling was op 27 oktober 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde op 23 maart 2015 het beroep tegen het voortduren van deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank haar oordeel over het zicht op uitzetting naar Marokko baseerde op informatie die niet in het dossier zat en waarover de vreemdeling niet kon worden gehoord, wat het beginsel van hoor en wederhoor schond. Hierdoor was geen eerlijk proces gewaarborgd.
De Afdeling nam daarom het hoger beroep in behandeling, ondanks dat de Vreemdelingenwet 2000 dit in principe niet toestaat. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. Omdat de maatregel van bewaring inmiddels was opgeheven, werd een schadevergoeding toegekend over de periode dat de bewaring onrechtmatig voortduurde. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.