ECLI:NL:RVS:2015:1484
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoor en wederhoor in vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 18 september 2014 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het voortduren van deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank haar oordeel mede had gebaseerd op informatie die niet in het dossier zat en waarover de vreemdeling zich niet had kunnen uitlaten, wat in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor. Hierdoor was geen eerlijk proces gewaarborgd. Ondanks dat hoger beroep tegen deze uitspraak volgens de Vreemdelingenwet 2000 niet openstaat, nam de Afdeling het hoger beroep toch in behandeling vanwege deze ernstige procesrechtelijke schending.
De Afdeling oordeelde dat de maatregel van vreemdelingenbewaring onrechtmatig voortduurde vanaf 9 maart 2015, de datum waarop het vervolgberoep werd ingesteld. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, werd een vergoeding toegekend voor één dag onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een vergoeding toegekend voor onrechtmatige vrijheidsontneming.