ECLI:NL:RVS:2015:1477
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan wegens schending hoorplicht
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De minister voor Immigratie en Asiel wees deze aanvraag op 14 juli 2011 af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 6 maart 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 11 december 2014 ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden. Volgens de vreemdeling was het bezwaar niet kennelijk ongegrond, en had de staatssecretaris ten onrechte van het horen afgezien, terwijl de vreemdeling gemotiveerd had betwist dat zijn aanwezigheid in Nederland niet noodzakelijk was voor de effectieve uitoefening van het recht van vrij verkeer.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet juist had beoordeeld en dat de staatssecretaris onterecht van het horen was afgezien. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 6 maart 2012 werden vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en uitspraak worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.