ECLI:NL:RVS:2015:1460
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid na alcoholconstatering
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 23 mei 2013 de verplichting op zich te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid en schorste zijn rijbewijs vanwege een bloedalcoholgehalte van 855 µg/l, wat hoger is dan de wettelijke grenswaarde. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 17 oktober 2013 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 7 augustus 2014.
Appellant stelde in hoger beroep dat het CBR ten onrechte had aangenomen dat hij een beginnend bestuurder was en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name over het afzien van een hoorzitting. De Raad van State oordeelde dat het CBR terecht niet had aangenomen dat appellant een beginnend bestuurder was en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. Tevens werd bevestigd dat het onderzoek en de schorsing geen strafrechtelijke sancties zijn, maar bestuurlijke maatregelen ter bevordering van de verkeersveiligheid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een onderzoek naar rijgeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.