ECLI:NL:RVS:2015:1440
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
De minister van Veiligheid en Justitie heeft op 18 juni 2013 een besluit genomen op een verzoek om openbaarmaking van stukken over een aan verzoeker opgelegde verkeersboete. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en legde een dwangsom op.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of sprake was van misbruik van recht door verzoeker en diens gemachtigde. Uit de procedure bleek dat het Wob-verzoek was ingediend met het doel om de verkeersboete aan te vechten, terwijl er specifieke wettelijke bepalingen bestaan voor het opvragen van stukken in bezwaar- en beroepsprocedures tegen verkeersboetes.
De gemachtigde van verzoeker beschikte over ruime kennis van bestuursrecht en had bewust gekozen voor een Wob-verzoek, mede om dwangsommen en proceskostenvergoedingen te verkrijgen. Het procesgedrag van de gemachtigde bemoeilijkte de besluitvorming onnodig, wat duidt op kwade trouw en misbruik van bevoegdheid.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het bezwaarbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.