ECLI:NL:RVS:2015:143
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toevoeging voor aanvraag schadevergoeding na asielprocedure
De appellant had een aanvraag ingediend voor een toevoeging bij de raad voor rechtsbijstand, gericht op een verzoek om schadevergoeding in het kader van een gegrond verklaard hoger beroep in een asielprocedure. De raad wees de aanvraag af omdat het verzoek om schadevergoeding volgens hen viel onder een eerder verleende toevoeging die betrekking had op de asielprocedure zelf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde onder meer dat de rechtbank ten onrechte alleen artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht had betrokken en dat het verzoek om schadevergoeding niet bij de afwikkeling van het hoger beroep hoorde. Ook voerde hij aan dat de rechtbank onterecht geen proceskostenveroordeling had uitgesproken.
De Raad van State oordeelde dat de weigering van de toevoeging terecht was omdat de schadevergoeding pas in aanmerking komt voor een nieuwe toevoeging indien het verzoek wordt afgewezen en een aparte procedure volgt. Het feit dat de staatssecretaris nog niet had beslist op het verzoek om schadevergoeding deed hieraan niet af. Ook was er geen sprake van schending van het hoor en wederhoor-beginsel, mede omdat appellant ervoor koos niet te verschijnen bij de hoorzitting.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling was niet aan de orde omdat het beroep ongegrond was verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de toevoeging en wijst het hoger beroep van appellant af.