ECLI:NL:RVS:2015:1426
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
De minister van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen en het bezwaarbesluit gegrond verklaarde en het bezwaarbesluit vernietigde. Het geschil betrof een verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot een opgelegde verkeersboete.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Wob-verzoek door de gemachtigde van verzoeker bewust was ingezet om via de Wob een dwangsom en proceskostenvergoeding te verkrijgen, terwijl de gevraagde stukken ook op grond van specifieke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften opgevraagd hadden kunnen worden. De handelwijze van de gemachtigde, waaronder het gebruik van afwijkende correspondentieadressen, bemoeilijkte de besluitvorming onnodig.
Hierdoor was sprake van misbruik van recht door de gemachtigde, hetgeen aan verzoeker moest worden toegerekend. De rechtbank had dit misbruik niet onderkend en had het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het bezwaarbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.