ECLI:NL:RVS:2015:1398
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor aanbouw met kelder ondanks bezwaren omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Baarn verleende op 30 juli 2013 een omgevingsvergunning voor de bouw van een bijbehorend bouwwerk met kelder aan een woning in Baarn. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege de negatieve gevolgen voor zijn tuin, waaronder schaduwhinder en verlies van uitzicht.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek om voorlopige voorziening en het hoger beroep gezamenlijk, waarbij ook andere betrokken partijen waren gehoord.
De Raad van State oordeelde dat het college binnen haar beleidsvrijheid en bevoegdheid had gehandeld door de vergunning te verlenen, waarbij rekening was gehouden met de belangenafweging en dat de nadelige effecten vooral veroorzaakt werden door het vergunningvrije deel van de aanbouw. Privaatrechtelijke belemmeringen werden niet als evident aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de omgevingsvergunning voor de aanbouw met kelder wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.