ECLI:NL:RVS:2015:1393
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding toegekend na vernietiging verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling
Bij besluit van 9 februari 2015 verlengde de staatssecretaris de bewaringsmaatregel tegen de vreemdeling met maximaal twaalf maanden. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit op 12 maart 2015 vernietigd, maar liet de rechtsgevolgen intact en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 20 april 2015 dat het hoger beroep kennelijk gegrond is en vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het verlengingsbesluit betrof. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet meer nodig.
De Raad kende de vreemdeling een vergoeding toe over de periode van 9 februari 2015 tot 21 maart 2015, de dag waarop de maatregel werd opgeheven. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak bevestigt dat verlengingen van vrijheidsontnemende maatregelen zorgvuldig getoetst moeten worden en dat onrechtmatige verlengingen kunnen leiden tot vergoedingen en proceskostenveroordelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en een vergoeding toegekend aan de vreemdeling.