ECLI:NL:RVS:2015:139
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over medische beoordeling bij Dublin-overdracht vreemdeling
De staatssecretaris wees een aanvraag van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000, vanwege medische redenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had aangetoond dat de medische voorzieningen in Hongarije toereikend zijn en dat hij niet aan zijn vergewisplicht had voldaan.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt bij overdracht op grond van de Dublinverordening, waardoor mag worden aangenomen dat medische voorzieningen in Hongarije adequaat zijn, tenzij de vreemdeling dit met concrete bewijzen tegenspreekt. Het Bureau Medische Advisering had geadviseerd dat de vreemdeling kan reizen mits begeleiding en medicatie, en de Hongaarse autoriteiten bevestigden aanwezigheid van medische zorg bij overdracht.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet aan zijn vergewisplicht had voldaan. De staatssecretaris mocht vertrouwen op de toezeggingen van Hongarije en had toegezegd niet tot overdracht over te gaan indien niet aan de vereisten kon worden voldaan. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.