ECLI:NL:RVS:2015:138
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake herziening kinderopvangtoeslag 2009 en 2010
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het aan appellante toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 herzien en vastgesteld op nihil, en de toeslag over 2009 definitief op nihil vastgesteld. Appellante stelde dat zij wel aanspraak maakte op toeslag omdat zij een jaaropgave en mondelinge afspraken had met het gastouderbureau, maar de rechtbank oordeelde dat geen schriftelijke overeenkomst was overgelegd zoals vereist volgens artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang.
Appellante voerde aan dat de Belastingdienst ten onrechte de terugvordering eiste, omdat zij het voorschot direct aan het gastouderbureau had betaald en dat er een strafrechtelijk onderzoek naar het gastouderbureau liep. De Raad van State stelde echter dat volgens artikel 26 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen de belanghebbende het bedrag van de terugvordering verschuldigd is, ongeacht de betaling aan derden.
Ten aanzien van de kinderopvangtoeslag over 2010 werd het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Haar betoog dat zij afhankelijk was van derden voor het aanleveren van stukken werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.